Mogelijk zwaar griepseizoen op komst

Er is nog weinig griep in Nederland en België. Toch houdt de Grote Griepmeting rekening met een zwaarder griepseizoen dan vorige winter.

De website, die griep en verkoudheid in kaart brengt met de hulp van vijftienduizend vrijwilligers, baseert zich op waarnemingen in de Verenigde Staten, waar de griep al epidemische vormen begint aan te nemen.

Zo waarschuwt het Amerikaanse CDC (Centers for Disease Control and Prevention) dat een nieuw griepvirus van het type influenza A/H3N2 rondwaart waartegen de griepprik weinig bescherming biedt. Dit virus ziet er net iets anders uit dan de H3N2-stammen die we op dit moment kennen. Aanvankelijk kwam het nieuwe virus incidenteel voor. Maar nu blijkt dat het de overhand heeft genomen. In iets meer dan de helft van de ziektegevallen gaat het om het nieuwe virus.

“Als dit nieuwe virus ook in Europa de kop opsteekt, kan de griep ook hier sterker gaan pieken dan in voorafgaande jaren,” vreest Carl Koppeschaar, initiatiefnemer van de Grote Griepmeting. “Ieder jaar in februari gaat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) na welke griepvirussen er op dat moment rondgaan en welke stammen het beste kunnen worden opgenomen in het griepvaccin voor het komende seizoen. Zo ook afgelopen februari. Het nieuwe virus was toen nog niet bekend. Het komt dus ook niet voor in de griepprik voor deze winter op het noordelijk halfrond. Verder kan de griep via het vliegverkeer eenvoudig van de Verenigde Staten naar Europa oversteken. Vaak doet de griep zich bij ons het eerst voor in Groot-Brittannië en Ierland en trekt dan langzaam verder naar het oosten en noorden. ”

Toch bescherming

Gelukkig is de griepprik niet waardeloos. In het seizoen 2007-2008 had de VS te maken met eenzelfde situatie. Ook toen dook daar onverwacht een nieuw type influenza A/H3N2 op. Uiteindelijk bleek dat het vaccin toch een lichte bescherming (42 procent) bood tegen dit nieuwe virus. In de Verenigde Staten adviseert het CDC mensen nog steeds om zich te laten vaccineren, maar waarschuwt daarnaast ook dat het griepseizoen zwaar kan worden. Sowieso zijn seizoenen waarin influenza A/H3N2 virussen domineren berucht. In die seizoenen zijn er vaak meer zieken, ziekenhuisopnamen en sterfgevallen te betreuren. Dit gebeurde bijvoorbeeld in de seizoenen 2003-2004, 2007-2008 en 2012-2013.

Directeur Tom Frieden van het CDC stelt in een persbericht: “Het is nog te vroeg om met zekerheid te zeggen dat het een zwaar griepseizoen gaat worden. In de Verenigde Staten gaan of dit moment vier verschillende griepvirussen rond. Tijd zal ons leren welk van deze virussen de komende weken, maanden of misschien zelfs het hele griepseizoen, gaat domineren.”

Vrijwilligers gevraagd

De Grote Griepmeting in Nederland en België probeert samen met acht andere Europese landen (verenigd als Influenzanet.eu) en in samenwerking met Australië (Flutracking.net), Zuidoost-Azië (DoctorMe), Mexico (Reporta), Brazilië (Dengue na Web), Puerto Rico (SaludBoricua) en de VS (Flunearyou.org) de verspreiding van griep en verkoudheid over de hele wereld in kaart te brengen. Daarvoor zijn vrijwillige griepmeters nodig die iedere week via internet of smartphone hun eventuele ziekteverschijnselen doorgeven. De meting is anoniem en vergt wekelijks nog geen halve minuut tijd.

“Wél is het belangrijk dat mensen zich nu alvast registreren en gaan meedoen,” benadrukt Koppeschaar. “We willen immers procentueel weten hoeveel mensen griep krijgen en hoeveel gezond blijven. Omdat griep zich met name via scholen verspreidt, ontvangen we ook graag gegevens van jonge kinderen. Ouders kunnen zichzelf en hun kinderen daartoe eenvoudig als gezin registeren. Maar ook schoolklassen kunnen meedoen aan het onderzoek “

Mogelijk zwaar griepseizoen op komst

Er is nog weinig griep in Nederland en België. Toch houdt de Grote Griepmeting rekening met een zwaarder griepseizoen dan vorige winter.

De website, die griep en verkoudheid in kaart brengt met de hulp van vijftienduizend vrijwilligers, baseert zich op waarnemingen in de Verenigde Staten, waar de griep al epidemische vormen begint aan te nemen.

Zo waarschuwt het Amerikaanse CDC (Centers for Disease Control and Prevention) dat een nieuw griepvirus van het type influenza A/H3N2 rondwaart waartegen de griepprik weinig bescherming biedt. Dit virus ziet er net iets anders uit dan de H3N2-stammen die we op dit moment kennen. Aanvankelijk kwam het nieuwe virus incidenteel voor. Maar nu blijkt dat het de overhand heeft genomen. In iets meer dan de helft van de ziektegevallen gaat het om het nieuwe virus.

“Als dit nieuwe virus ook in Europa de kop opsteekt, kan de griep ook hier sterker gaan pieken dan in voorafgaande jaren,” vreest Carl Koppeschaar, initiatiefnemer van de Grote Griepmeting. “Ieder jaar in februari gaat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) na welke griepvirussen er op dat moment rondgaan en welke stammen het beste kunnen worden opgenomen in het griepvaccin voor het komende seizoen. Zo ook afgelopen februari. Het nieuwe virus was toen nog niet bekend. Het komt dus ook niet voor in de griepprik voor deze winter op het noordelijk halfrond. Verder kan de griep via het vliegverkeer eenvoudig van de Verenigde Staten naar Europa oversteken. Vaak doet de griep zich bij ons het eerst voor in Groot-Brittannië en Ierland en trekt dan langzaam verder naar het oosten en noorden. ”

Toch bescherming

Gelukkig is de griepprik niet waardeloos. In het seizoen 2007-2008 had de VS te maken met eenzelfde situatie. Ook toen dook daar onverwacht een nieuw type influenza A/H3N2 op. Uiteindelijk bleek dat het vaccin toch een lichte bescherming (42 procent) bood tegen dit nieuwe virus. In de Verenigde Staten adviseert het CDC mensen nog steeds om zich te laten vaccineren, maar waarschuwt daarnaast ook dat het griepseizoen zwaar kan worden. Sowieso zijn seizoenen waarin influenza A/H3N2 virussen domineren berucht. In die seizoenen zijn er vaak meer zieken, ziekenhuisopnamen en sterfgevallen te betreuren. Dit gebeurde bijvoorbeeld in de seizoenen 2003-2004, 2007-2008 en 2012-2013.

Directeur Tom Frieden van het CDC stelt in een persbericht: “Het is nog te vroeg om met zekerheid te zeggen dat het een zwaar griepseizoen gaat worden. In de Verenigde Staten gaan of dit moment vier verschillende griepvirussen rond. Tijd zal ons leren welk van deze virussen de komende weken, maanden of misschien zelfs het hele griepseizoen, gaat domineren.”

Vrijwilligers gevraagd

De Grote Griepmeting in Nederland en België probeert samen met acht andere Europese landen (verenigd als Influenzanet.eu) en in samenwerking met Australië (Flutracking.net), Zuidoost-Azië (DoctorMe), Mexico (Reporta), Brazilië (Dengue na Web), Puerto Rico (SaludBoricua) en de VS (Flunearyou.org) de verspreiding van griep en verkoudheid over de hele wereld in kaart te brengen. Daarvoor zijn vrijwillige griepmeters nodig die iedere week via internet of smartphone hun eventuele ziekteverschijnselen doorgeven. De meting is anoniem en vergt wekelijks nog geen halve minuut tijd.

“Wél is het belangrijk dat mensen zich nu alvast registreren en gaan meedoen,” benadrukt Koppeschaar. “We willen immers procentueel weten hoeveel mensen griep krijgen en hoeveel gezond blijven. Omdat griep zich met name via scholen verspreidt, ontvangen we ook graag gegevens van jonge kinderen. Ouders kunnen zichzelf en hun kinderen daartoe eenvoudig als gezin registeren. Maar ook schoolklassen kunnen meedoen aan het onderzoek “

Griep nog niet het land uit

19 maart 2015 – De griep is nog niet het land uit. Zowel in Nederland als Vlaanderen heerst nog een epidemie.

Zo verliep de griep de afgelopen acht weken. Het ergste lijkt voorbij. Er zijn echter nog steeds regio’s waar de griep weg leek te zijn getrokken, maar vervolgens toch weer de kop opstak.

Weliswaar daalt het aantal griepgevallen in Nederland zienderogen, maar het ligt nog steeds boven de epidemische drempel van 350 per 100.000 inwoners:

Leek de griep in Vlaanderen twee weken geleden zo goed als voorbij, afgelopen week zagen we weer een opleving:

De nu wel zeer langdurige griepepidemie wordt – zoals inmiddels wel bekend – veroorzaakt door het feit dat de griepprik niet beschermt tegen nieuwe A(H3N2) griepvirussen. Ongeveer 70% van de sinds week 40 bij het Nederlandse RIVM onderzochte monsters van influenzavirussen betrof influenza A(H3N2), 20% influenza B (Yamagata) en 9% influenza A(H1N1)pdm09 (Mexicaanse griep). De laatste weken deden zich echter steeds meer gevallen van B-griep voor.Afgelopen week overheerste B-griep (56%, tegen 22% A(H3N2) en 22% Mexicaanse griep).

In Nederland hebben tot nu toe ruim 1.7 miljoen mensen last gehad van een influenza-achtig ziektebeeld. Dat is 10,2% van de bevolking. In Vlaanderen gaat het om 535.000 gevallen. Dat is ruim 8,3% van de inwoners van Vlaanderen.

Door de grote aantallen ziektegevallen neemt de immuniteit tegen griep onder de bevolking toe. Daardoor kunnen er steeds minder besmettingen plaatsvinden. Dat is goed te zien aan de daling van de griep bij kinderen, en in het kielzog daarvan de daling van griep bij volwassenen en ouderen. Kinderen zijn de meest effectieve verspreiders van het griepvirus. Hieronder gemeten voor Nederland:

Verder is griep een typische seizoensziekte. Uiteindelijk zal de warmere temperatuur in het voorjaar de griep de das omdoen.

Carl Koppeschaar

Zie ook Nederland griept door. Vlaanderen lijkt griepvrij.

Het grote verschil

26 februari 2015 – We hebben hier wel eens eerder gewezen op het verschil tussen het aantal griepachtige ziektebeelden dat door het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg NIVEL wordt gerapporteerd in vergelijking tot dat van de Grote Griepmeting.

Op het staafdiagram een vergelijking tussen beide systemen. GGM en NIVEL tonen nagenoeg hetzelfde epidemische verloop van de griep. De Grote Griepmeting spreekt van een epidemie als per week meer dan 60.000 van de 16.9 miljoen Nederlanders een griepachtig ziektebeeld vertonen. Het NIVEL doet dat als 36 peilstations van huisartsen met een gezamenlijke praktijkgrootte van 112.365 patiënten in één week meer dan 573 consulten hebben gehad voor een griepachtig ziektebeeld (omgerekend komt dat neer op 8600 gevallen voor de gehele Nederlandse bevolking).

De criteria die beide onderzoeken gebruiken voor het vaststellen van een griepachtig ziektebeeld verschillen niet van elkaar. Alleen gaat in Nederland slechts 20-25% van de bevolking met griep naar de huisarts. De rest ziekt het thuis uit, of nog erger: gaat met griep naar het werk, waarbij het virus nog verder in de samenleving wordt verspreid. Verder zien de huisartsen voornamelijk zeer jonge kinderen, (hoog)bejaarden en andere risicogroepen. De rest van de grieperige bevolking zien ze hoegenaamd niet.

Het verschil tussen de aantallen van de Grote Griepmeting en het NIVEL dit winterseizoen is dat volgens het NIVEL nu zo’n 270.000 Nederlanders griep zouden hebben gehad (1,6% van de bevolking). Volgens de meldingen die bij de Grote Griepmeting binnenkomen, zijn dat er inmiddels 1,5 miljoen (8,7% van de bevolking). Dat scheelt nogal wat!

Overigens komt het verschil ook bij de Rijksoverheid ter sprake: Inluenza – incidentie en prevalentie . Het tienvoudige dat daar wordt genoemd, was gebaseerd op de allereerste Grote Griepmeting, tijdens de zeer heftige epidemie als gevolg van het nieuwe A(H3N2) virus van het Fujian-type in 2003/2004.

Het verschil dat we nu meten ten opzichte van het NIVEL bedraagt een factor 5,7 (van week tot week enigszins schommelend tussen 4,7 en 6,7). Dit komt goed overeen met een eerder onderzoek, dat uitwees dat het aantal griepachtige ziektebeelden in de Nederlandse bevolking minstens 6 maal hoger is dan wat huisartsen meten.

Carl Koppeschaar

Literatuur:
Richard L Marquet, Aad IM Bartelds, Sander P van Noort, Carl E Koppeschaar, John Paget, François G Schellevis, Jouke van der Zee: Internet-based monitoring of influenza-like illness (ILI) in the general population of the Netherlands during the 2003–2004 influenza season. In: BMC Public Health 2006, 6:242 .
I.H.M. Friesema, C.E. Koppeschaar, G..A. Donker, F. Dijkstra, S.P. van Noort, R. Smallenburg, W. van der Hoek, M.A.B. van der Sande: Internet-based monitoring of influenza-like illness in the general population: Experience of five influenza seasons in the Netherlands. In: Vaccine, Volume 27, Issue 45, 23 October 2009, Pages 6353–6357.

Zie ook Nog steeds geen einde aan de griep

Nog steeds geen einde aan de griep

23 februari 2015 – Uit de cijfers van de Grote Griepmeting is op te maken dat er nog steeds geen einde is gekomen aan de griep. Waren we vorige week hoopvol voor Nederland en pessimistisch voor Vlaanderen, dit keer lijken de rollen omgedraaid: een stijging van het aantal griepgevallen voor Nederland en een specatculairee daling voor Vlaanderen.

In Nederland hebben deze winter nu 1,47 miljoen mensen last gehad van een griepachtig ziektebeeld. Dat is 8,7 % van de bevolking. In Vlaanderen gaat het om 480.000 griepachtige gevallen, ofwel 7,5 % van de Vlaamse bevolking. In Vlaanderen is de griep later begonnen dan in Nederland, maar piekte heviger.

Carl Koppeschaar

Zie ook Griep golft heen en weer

Griep golft heen en weer

16 februari 2015 – Het aantal griepachtige ziektebeelden in Nederland is vorige week nagenoeg gelijk gebleven. Sinds 1 november 2014 hebben ruim 1,3 miljoen Nederlanders de griep gehad. Dat is 7,9% van de bevolking.

Met de voorjaarsvakantie reeds begonnen (regio zuid) of in het zicht (regio noord en midden), is een daling van het aantal griepgevallen te verwachten. Kinderen op peuterdagverblijven en scholen zijn de meest effectieve verspreiders van griep. In Nederland kreeg 1 op de 5 kinderen griep. Bij gezinnen met jonge kinderen was de verhouding 1 op 10, bij alleenstaanden en samenwonenden zonder thuiswonende kinderen 1 op 12. In de leeftijdsgroep 65+ vertoonde 1 op 19 mensen een griepachtig ziektebeeld.

Of zo’n daling inderdaad plaatsvindt, valt uiteraard niet te voorspellen. In heel Europa, met name ook in de wintersportgebieden, heerst nu veel griep. Ook zien we na carnaval in het zuiden van Nederland het aantal verkoudheden en griepgevallen doorgaans toenemen.

In Vlaanderen verhevigde de griep zich. Zagen we in week 6 een daling, afgelopen week nam het aantal griepgevallen weer met 26% toe. Vanaf begin november 2014 hebben nu 450.000 Vlamingen de griep gehad. Dat is bijna 5% van de Vlaamse bevolking. In Vlaanderen begon de griepepidemie later dan in Nederland.

In België kan de huidige krokusvakantie eveneens een dempende werking op het aantal griepgevallen uitoefenen.

Zie ook Carnavalsgriep

Carnavalsgriep

14 februari 2015 – Morgen begint carnaval. Met voor de feestvierders dagen van haarpijn, maar ook verhoogde kans om verkouden te worden of zelfs met griep te worden aangehoest. Onze epidemioloog dr. Sander van Noort heeft eens gekeken of er een verschil bestaat tussen het noorden van Nederland, waar geen carnaval wordt gevierd, en de zuidelijke provincies. Dat verschil is er wel degelijk.

Zie ook Griep in Nederland weinig afgenomen. Wel daling in Vlaanderen.

Griep in Nederland iets afgenomen. Wel behoorlijke daling in Vlaanderen.

9 februari 2015 – Het aantal griepachtige ziektebeelden in Nederland is vorige week met 7,5% afgenomen. Week 5: 140.500 gevallen, afgelopen week  (2 t/m 8 februari) 131.500. Het aantal gevallen in Vlaanderen is wel behoorlijk gedaald: van 75.000 gevallen in week 5, naar 60.000 in week 6.

Als we het aantal gevallen sinds het begin van dit seizoen op  1 november 2014 tot en met 8 februari bij elkaar optellen, zijn er in totaal 1,2 miljoen Nederlanders en 360.000 Vlamingen geweest die de griep onder de leden hebben gehad.

Zie ook Ruim 11 miljoen verkoudheidsgevallen

Ruim 11 miljoen verkoudheidsgevallen

7 februari 2015 – Bij de Grote Griepmeting meten we niet alleen griep, maar ook verkoudheid. Verkoudheid is een infectie van de bovenste luchtwegen en meestal leidt tot een ontsteking in de neus. Tot de symptomen behoren loopneus, neusverstopping, keelpijn en hoesten. Ongeveer 40% van de patiënten heeft keelpijn; ongeveer 50% moet hoesten. Andere symptomen zijn soms spierpijn, vermoeidheid, hoofdpijn en gebrek aan eetlust. Volwassenen hebben zelden koorts. Peuters en kleuters wel. Meestal verdwijnen de symptomen na zeven tot tien dagen. Bij kinderen houdt het hoesten in 35% tot 40% van de gevallen langer dan tien dagen aan. 10% van de kinderen met verkoudheid blijft langer dan 25 dagen hoesten. Als volwassenen plotselinge koorts krijgen en verkoudheidsverschijnselen vertonen, duidt dat meestal op griep.

Hieronder het aantal nieuwe gevallen van verkoudheid en griep per week voor Nederland. Duidelijk te zien valt dat veel meer mensen last hebben van gewone verkoudheid dan griep.

Van 1 november 2014 tot en met 1 februari 2015  registreerden we maar liefst 11,2 miljoen verkoudheidsgevallen naast 1,1 miljoen gevallen van griep. Dat enorme aantal verkoudheden is niet verwonderlijk. Er zijn maar weinig mensen die aan verkoudheid ontsnappen. Een volwassene is gemiddeld 2 tot 3 keer per jaar verkouden en kinderen zijn dat gemiddeld 6 tot 10 keer per jaar (scholieren zelfs tot 12 maal per jaar). Hoe ouder we worden, des te minder we vatbaar zijn voor verkoudheid. Bijna elke keer als we verkouden zijn, worden we namelijk jarenlang immuun voor dat specifieke verkoudheidsvirus. Helaas zijn er ruim  tweehonderd verschillende verkoudheidsvirussen in omloop. Dus helemaal immuun word je waarschijnlijk nooit.

Het griepvirus is iets geheel anders. Het influenzavirus verandert voortdurend. Vandaar dat de griepprik ook telkens moet worden aangepast. En soms hol je daarbij achter de feiten aan. Dat blijkt dit seizoen weer eens met de nieuw ontstane varianten van A(H3N2) en inmiddels ook de B-griep.

Griep is een potentieel gevaarlijke infectieziekte. Verkoudheid meestal niet. Toch kan een zware verkoudheid als RSV (respiratoir syncytieel virus), die bronchitis of bronchiolitis veroorzaakt, wel degelijk fataal worden voor baby’s en ouderen. Ook mensen die medicijnen nemen die hun immuunsysteem onderdrukken lopen gevaar. Gezonde kinderen en volwassenen zijn na ongeveer een week van een verkoudheid af.

Net als bij griep zijn het jonge kinderen die verkoudheid effectief onder elkaar verspreiden. Dat gebeurt in peuterdagverblijven en op school. Ouderen, die veel met kinderen te maken hebben, lopen dan ook een groot risico ook verkouden te worden. Verder verspreiden verkoudheidsvirussen zich effectief via aanhoesten en niezen, en door besmette vingers die het virus in contact brengen met de neus of het oog. Traanvocht van het oog wordt afgevoerd via de neus. Dus wie met besmette handen in zijn ogen wrijft, krijgt het vanzelf ook in zijn neus.

Wie gevrijwaard wil blijven van verkoudheid of griep, moet kluizenaar worden of een maanpak gaan dragen.

Kou vatten

Kun je kou vatten door afkoeling? Tot voor kort was daar geen enkel bewijs voor. Maar een proef in 2005 met 90 studenten door het Common Cold Centre van de universiteit van Cardiff (Verenigd Koninkrijk) wees anders uit. Zij werden 20 minuten lang in met hun voeten in een teil met ijskoud water gezet. Vijf dagen later waren zij twee keer zo vaak verkouden als een groep van 90 studenten die niet met hun voeten in koud water hadden gezeten. De onderzoekers concludeerden dat plotselinge afkoeling van de voeten een vernauwing van de bloedvaten in de neus veroorzaakten. De cellen die voor de afweer zorgen, konden zo minder snel bij de plaats komen waar virussen actief zijn. De verkouden geworden personen hadden het virus al wel bij zich. Maar tot de afkoeling hadden ze er door hun afweer geen last van.

In de winter pakken we ons goed in. Maar de neus laten we onbedekt. Dat zou verklaren waarom er in de koude periode van het jaar meer verkoudheden zijn dan in het warme jaargetijde. Door de neus met een das te bedekken, koelt die minder af zodat we op die manier in theorie ook minder verkouden zouden moeten worden.

Psychologische stress kan ook van invloed zijn op het verkouden worden. Dit soort stress, waarbij voortdurend stresshormonen zoals cortisol in het lichaam vrijkomen, vermindert de weerstand. Dat geldt overigens ook voor alcohol, roken, ongezond eten en te weinig slapen.

Lapmiddelen

Er zijn diverse plantaardige middelen, zoals echinacea, waarvan gedacht wordt dat ze de weerstand verhogen en de kans op verkoudheid (of zelfs griep) verminderen. Er is echter nog nooit bewijs geleverd dat deze middelen helpen. Hetzelfde geldt voor homeopathische middelen. Ook het slikken van extra vitamine C kan een verkoudheid niet voorkomen. Wel moeten we, ook als we gezond zijn, voldoende vitamine C binnenkrijgen. Dat helpt om het immuunsysteem sterk te houden en sneller te herstellen.

Terug naar de grote aantallen verkoudheden die de vrijwilligers van de Grote Griepmeting doorgeven. Het is een beetje flauw om ze bij elkaar op te tellen. Want over een heel jaar geteld, kom je getalsmatig op veel meer verkoudheden uit dan het aantal inwoners van het land.

Het geringste aantal verkoudheden maten we in de tweede week van augustus 2009, toen we vanwege de Mexicaanse grieppandemie onze vrijwilligers vroegen ook tijdens de zomermaanden hun gezondheidsgegevens door te geven. Dat was een week met slechts 326.000 verkoudheidsgevallen. Slechts één op de 52 Nederlanders was toen verkouden. Vorige week, de eerste week van februari, waren 985.000 mensen verkouden. Dat was 1 op 17.

Verkoudheidsvirussen op een rijtje

Rhinovirussen veroorzaken 30-50% van de verkoudheden bij volwassenen. Het coronavirus dragat bij met 10-15%, respiratoir syncytieel virus (RSV) 10%, adenovirus minder dan 5%,  enterovirus minder dan 5%, parainfluenza 5% en influenza 5-15%. In 2001 kon in Nederland voor het eerst het humaan metapneumovirus worden geïsoleerd. Naar schatting 20-30% van de verkoudheidsvirussen is nog onbekend.

Carl Koppeschaar

Zie ook Tweede griepgolf op komst?

Tweede griepgolf op komst?

5 februari 2015 – Het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) signaleert dat er lijnen B-griep rondwaren die niet matchen met de B/Yamataga die in de griepprik was opgenomen. Er is dus een kans dat na de huidige door de A(H3N2) veroorzaakte epidemie, nog een tweede griepgolf de kop op kan steken, die dan mede door de nieuwe B-griep wordt veroorzaakt. Een dergelijk patroon van een golf B-griep na een eerste epidemie van A-griep is ook in sommige voorgaande seizoenen waargenomen.

De ‘antigene mismatch’ van de circulerende stammen A(H3N2) met de in de griepprik opgenomen stam A(H3N2), heeft in de Verenigde Staten tot een lage vaccineffectiviteit (VE) geleid: gemiddeld over alle leeftijden 23% (95% betrouwbaarheidsinterval: tussen 8 en 36%) en voor 50 jaar en ouder slechts 14% (95% CI: tussen -31 en 33%). Bij jonge mensen werkt de griepprik altijd het best. Maar hoe ouder, des te minder goed ons immuunsysteem door de griepprik wordt geactiveerd. In Frankrijk was 43% van de grieppatiënten die op de intensive care werd opgenomen ouder dan 65 én tegen de griep gevaccineerd.

In Nederland, Engeland, Wales, Schotland, Frankrijk, Portugal en Spanje wordt nu oversterfte waargenomen bij 65-pluseers. Een specifieke oorzaak is moeilijk vast te stellen. Maar de oversterfte wordt gewoonlijk geassocieerd met influenza, acute infecties van de ademhalingswegen en complicaties na zware verkoudheid. Eind januari waren 34 mensen in Europa als rechtstreeks gevolg van de griep overleden.Gezien de ernst van de situatie adviseert het ECDC om influenzapatiënten die tot de medische risicogroepen behoren met antivirale middelen te behandelen en ook na de doorstane infectie een profylaxe te blijven geven. In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde verscheen op 8 februari een artikel waarin aan de behandeling met antivirale middelen wordt getwijfeld.

In Italië en Slovenië overheerst griep van het subtype A(H1N1)pdm09 (‘Mexicaanse griep’). Die zat wél in de griepprik voor deze winter op het noordelijk halfrond. In sommige landen, zoals Noorwegen, is de immuniteit van de bevolking tegen A(H1N1)pdm09 zodanig toegenomen, dat het A(H1N1)-virus zich mogelijk zal aanpassen om toch ziekte te kunnen veroorzaken. Het ECDC roept virologen daarom op om eventuele gevallen van antigene drift bij dit subtype nauwgezet in de gaten te houden.

Antigene drift is het proces waarbij het influenzavirus zich langzaam maar zeker door natuurlijke mutatie van samenstelling wijzigt teneinde het immuunsysteem van gastheren te omzeilen. Door antigene drift verandert het virus door de tijd heen van genetische samenstelling. Hierbij kan de samenstelling van de eiwitmantel veranderen in andere typen hemaglutinine of neuraminidase, maar ook de interne RNA samenstelling.

Zo goed als alle influenzavirussen veranderen nagenoeg jaarlijks. Dit komt doordat influenzavirussen geen mogelijkheid hebben om fouten in hun RNA te controleren of te herstellen. Wanneer een virus een gastcel infecteert gebruikt het de interne mechanismen in de gastcel om zich te vermenigvuldigen. Er worden dan kopieën van het virus RNA gemaakt, waarbij kopieerfouten kunnen optreden. De nieuwgevormde virussen zijn dan van een andere streng dan het originele virus. Deze nieuwe virusstreng kan dan mensen of dieren infecteren die wel al resistent waren voor de originele streng omdat het immuunsysteem de nieuwe streng niet meer herkent.

Carl Koppeschaar

ECDC: Seasonal influenza – risk assesment (28 januari 2015, PDF)

Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde: Bewijs voor oseltamivir bij griep blijft rammelen

Zie ook Griep neemt nog verder toe

Stichting Citizen Science heeft ten doel het bevorderen van burgerwetenschap. De stichting tracht dit doel onder meer te bereiken door het ontwikkelen en exploiteren van een digitale infrastructuur voor participatief onderzoek. Via deze digitale infrastructuur kunnen burgers meedoen aan online metingen en ook online metingen initiëren.

© 2020 griepencorona.nl Privacybeleid