Regionaal griep

31 maart 2016 – De griepepidemie is nog niet ten einde. Toch is het aantal griepgevallen in Nederland duidelijk aam het afnemen. Er is regionaal griep. In week 12 kwam het nog voorlopige cijfer uit op 474 ziektegevallen per 100.000 inwoners in Nederland, waar een epidemische drempel geldt van 350 op 100.000. Dat is lager dan in week 11 (624 op 100.000).

Hoewel de kaart hieronder en de tabel de influenza-achtige ziektebeelden (ILI) per regio (en dus niet per provincie) aangeven, kan nog worden opgemerkt dat de griep in week 12 het hevigst was in de provincies Zuid-Holland, Friesland, Utrecht en Limburg.

Het aantal influenza-achtige ziektebeelden per regio, berekend op 31 maart.

De situatie op 31 maart. Er heerst nog steeds een griepepidemie. Toch lijkt het aantal griepgevallen flink af te nemen.

De griep in Nederland per leeftijdsgroep en huishouden. In alle leeftijdsgroepen neemt de griep af.

Van het begin van onze meting op 1 november 2015 tot en met 27 maart 2016 hebben 1,64 miljoen Nederlanders last gehad van een influenza-achtig ziektebeeld.

In België gaat de griepepidemie nog door. In Vlaanderen kwam in week 12 het voorlopige cijfer op 486 gevallen per 100.000 inwoners. In de week ervoor was het 398 op 100.000. In Vlaanderen geldt bij de Grote Griepmeting een epidemische drempel van 220 op 100.000.  De meeste griep deed zich in week 12 voor in de provincies Antwerpen en Belgisch Limburg.

Het aantal griepachtige ziektebeelden in Vlaanderen, berekend op 31 maart.

In Vlaanderen kabbelt de griep voort. Wel is het aantal kinderen met griepachtige symptomen drastisch afgenomen:

Van het begin van onze meting op 1 november 2015 tot en met 6 maart 2016 hebben 431.000 Vlamingen last gehad van een influenza-achtig ziektebeeld.

Carl Koppeschaar

Zie ook Griep in Nederland lijkt af te nemen

Griep in Nederland lijkt af te nemen

16 maart 2016 – De griepepidemie is nog niet ten einde. Toch lijkt het aantal griepgevallen in Nederland onder volwassenen af te nemen. Veel jonge kinderen daarentegen hebben griep.

In week 10 waren er 574 ziektegevallen per 100.000 inwoners in Nederland, waar een epidemische drempel geldt van 350 op 100.000. Dat is lager dan in week 9 (723 op 100.000).

NB. Vanwege een griepcongres in Australië zal deze pagina niet of niet volledig kunnen worden ververst tot Pasen. U kunt echter zelf een kijkje nemen op onze resultatenpagina onder Nederland en België.

Hoewel de kaart hieronder en de tabel de influenza-achtige ziektebeelden (ILI) per regio (en dus niet per provincie) aangeven, kan nog worden opgemerkt dat de griep in week 10 het hevigst was in de provincies Limburg, Flevoland, Gelderland en Overijssel.

Het aantal influenza-achtige ziektebeelden per regio, berekend op 16 maart.

De situatie op 16 maart. Er heerst nog steeds een griepepidemie. Toch lijkt het aantal griepgevallen flink af te nemen.

Met uitzondering van (jonge) kinderen neemt de griep bij alle andere leeftijdsgroepen af.

De griep in Nederland per leeftijdsgroep en huishouden.

Van het begin van onze meting op 1 november 2015 tot en met 13 maart 2016 hebben ruim 1,46 miljoen Nederlanders last gehad van een influenza-achtig ziektebeeld.

In België gaat de griepepidemie nog door. In Vlaanderen kwam in week 10 het voorlopige cijfer op 590 gevallen per 100.000 inwoners. In de week ervoor was het 599 op 100.000. In Vlaanderen geldt bij de Grote Griepmeting een epidemische drempel van 220 op 100.000.  In Vlaanderen geldt bij de Grote Griepmeting een epidemische drempel van 220 op 100.000. De meeste griep deed zich in week 10 voor in de provincie Oost-Vlaanderen en in iets mindere mate in West-Vlaanderen.

Het aantal griepachtige ziektebeelden in Vlaanderen, berekend op 16 maart.

Ook in Vlaanderen vertoonden nog veel kinderen griepachtige symptomen:

Van het begin van onze meting op 1 november 2015 tot en met 6 maart 2016 hebben 385.000 Vlamingen last gehad van een influenza-achtig ziektebeeld.

Carl Koppeschaar

Zie ook Griep houdt aan

Griep per provincie

13 maart 2016 – Voor wie benieuwd is naar de griep per provincie heb ik voor de afgelopen weken deze landkaartjes gemaakt. Er is een verschil in epidemische drempel tussen Nederland (350 influenza-achtige ziektebeelden per 100.000 inwoners) en Vlaanderen (220 per 100.000 inwoners. De toenemende kleurschakeringen zijn voor zowel Nederland als Vlaanderen oplopend per 200 op 100.000 inwoners.

4 februari 2016 – Op 3 februari 2016 was er voor dit soort provinciekaarten aandacht in het 20 u. NOS Journaal:

NOS Journaal van woensdag 3 februari 2016 om 20 u.

Carl Koppeschaar

Griep houdt aan

Vrijdag 11 maart 2016 – De griep houdt aan. In week 9 kwam het nog voorlopige cijfer uit op 703 ziektegevallen per 100.000 inwoners in Nederland, waar een epidemische drempel geldt van 350 op 100.000. Dat is bijna hetzelfde als in week 8 (708 op 100.000).

Hoewel de kaart hieronder en de tabel de influenza-achtige ziektebeelden (ILI) per regio (en dus niet per provincie) aangeven, kan nog worden opgemerkt dat de griep in week 9 het hevigst was in de provincies Flevoland en Limburg.

Het aantal influenza-achtige ziektebeelden per regio, berekend op 11 maart.

De situatie op 11 maart. Er heerst nog steeds een griepepidemie. Toch lijkt het aantal griepgevallen deze week (week 10) af te nemen.

Met uitzondering van (jonge) kinderen neemt de griep neemt bij alle andere leeftijdsgroepen wat af.

De griep in Nederland per leeftijdsgroep en huishouden.

Van het begin van onze meting op 1 november 2015 tot en met 6 maart 2016 hebben ruim 1,37 miljoen Nederlanders last gehad van een influenza-achtig ziektebeeld.

In België neemt de griepepidemie ook toe. In Vlaanderen kwam in week 9 het voorlopige cijfer op 622 gevallen per 100.000 inwoners, waar het de week ervoor nog 581 was. In Vlaanderen geldt bij de Grote Griepmeting een epidemische drempel van 220 op 100.000. De meeste griep deed zich in week 9 voor in de provincie Oost-Vlaanderen en in iets mindere mate in West-Vlaanderen.

Het aantal griepachtige ziektebeelden in Vlaanderen, berekend op 11 maart.

Ook in Vlaanderen vertoonden veel kinderen griepachtige symptomen:

Van het begin van onze meting op 1 november 2015 tot en met 6 maart 2016 hebben ruim 350.000 Vlamingen last gehad van een influenza-achtig ziektebeeld.

Carl Koppeschaar

Zie ook Griep gaat door

Griep gaat door

Zaterdag 5 maart 2016 – De griep is nog niet op zijn retour. Het voorlopige cijfer komt uit op 730 ziektegevallen per 100.000 inwoners in Nederland, waar een epidemische drempel geldt van 350 op 100.000. Dat is wel iets lager dan in week 7 (795 op 100.000).

Hoewel de kaart hieronder en de tabel de influenza-achtige ziektebeelden (ILI) per regio (en dus niet per provincie) aangeven, kan nog worden opgemerkt dat de griep in week 8 het hevigst was in de provincies Groningen, Drenthe, Flevoland en Limburg.

Het aantal influenza-achtige ziektebeelden per regio, berekend op 6 maart.

De situatie op 6 maart. Er heerst nog steeds een griepepidemie.

De griep treft alle leeftijdsgroepen. Met name bij (jonge) kinderen nam het afgelopen week weer sterk toe..

De griep in Nederland per leeftijdsgroep en huishouden.

Van het begin van onze meting op 1 november 2015 tot en met 28 februari 2016 hebben ruim 1,27 miljoen Nederlanders last gehad van een influenza-achtig ziektebeeld.

In België heerst ook een griepepidemie. In Vlaanderen kwam in week 8 het voorlopige cijfer op 562 gevallen per 100.000 inwoners, waar het de week ervoor nog 519 was. In Vlaanderen geldt bij de Grote Griepmeting een epidemische drempel van 220 op 100.000. De meeste griep deed zich in week 8 voor in de provincie Antwerpen.

Het aantal griepachtige ziektebeelden in Vlaanderen, berekend op 6 maart.

Ook in Vlaanderen vertoonden veel kinderen griepachtige symptomen.

Influenza-achtige ziektebeelden per leeftijdsgroep en huishouden in Vlaanderen. De afnamen tijdens de kerstvakantie en de voorjaarsvakantie zijn duidelijk te zien.

Van het begin van onze meting op 1 november 2015 tot en met 28 februari 2016 hebben ruim 307.000 Vlamingen last gehad van een influenza-achtig ziektebeeld.

Carl Koppeschaar

Zie ook Kleine afname Nederland, stijging Vlaanderen

Kleine afname Nederland, stijging Vlaanderen

28 februari 2016 – In week 7 is het aantal influenza-achtige ziektebeelden een klein beetje afgenomen. Er waren 783 ziektegevallen per 100.000 inwoners in Nederland, waar een epidemische drempel geldt van 350 op 100.000. Dat is lager dan in week 6 (974 op 100.000).

Hoewel de kaart hieronder en de tabel de influenza-achtige ziektebeelden (ILI) per regio (en dus niet per provincie) aangeven, kan nog worden opgemerkt dat de griep in week 7 het hevigst was in de provincies Limburg, Drenthe, Gelderland, Flevoland, Noord-Brabant en Overijssel. In Friesland, Zuid-Holland en Noord-Holland is het aantal griepgevallen ten opzichte van week 6 afgenomen.

Het aantal influenza-achtige ziektebeelden per regio, berekend op 28 februari.

De situatie op 28 februari. Er heerst nog steeds een griepepidemie. Toch zijn de influenza-achtige ziektebeelden (ILI) in Nederland in week 7 afgenomen.

De griep treft alle leeftijdsgroepen, maar met name (jonge) kinderen.

De griep in Nederland per leeftijdsgroep en huishouden.

Van het begin van onze meting op 1 november 2015 tot en met 21 februari 2016 hebben 1,17 miljoen Nederlanders last gehad van een influenza-achtig ziektebeeld.

In België heerst ook een griepepidemie. In Vlaanderen kwam het cijfer in week 7 op 519 gevallen per 100.000 inwoners, waar het de week ervoor nog maar 353 was. In Vlaanderen geldt bij de Grote Griepmeting een epidemische drempel van 220 op 100.000. De griep in Vlaanderen nam dus toe.

Het aantal griepachtige ziektebeelden in Vlaanderen, berekend op 28 februari.

In Vlaanderen vertoonden veel kinderen griepachtige symptomen.

Influenza-achtige ziektebeelden per leeftijdsgroep en huishouden in Vlaanderen.

Van het begin van onze meting op 1 november 2015 tot en met 21 februari 2016 hebben 270.000 Vlamingen last gehad van een influenza-achtig ziektebeeld.

Carl Koppeschaar

Zie ook Griep houdt aan

Opnieuw sprake van carnavalsgriep

26 februari 2016 – In 2016 lijkt er opnieuw sprake te zijn geweest van carnavalsgriep. Het aantal influenza-achtige ziektebeelden (IAZ) was in het zuiden van Nederland (Zeeland, Noord-Brabant en Limburg) in de week van carnaval en de week daarna beduidend hoger dan in het noorden van Nederland (alle overige provincies).

Het aantal influenza-achtige ziektebeelden (‘griep’) in de week vóór carnaval, de week van Aswoensdag waarin carnaval wordt gevierd, en de week na carnaval.

In 2007 schreef ik reeds: “Een jaarlijks terugkerend verschijnsel is de carnavalsgriep. Doordat je minder slaapt en minder gezond eet en drinkt, vermindert je weerstand direct. Waart dan in deze periode van het jaar ook nog het influenzavirus rond, dan versterkt dat zonder meer de kans op griep” (zie Griepgolf in Nederland ). In 2014 kon onze epidemioloog dr. Sander van Noort het verschil zichtbaar maken tussen het noorden van Nederland, waar geen carnaval wordt gevierd, en de zuidelijke provincies (zie 14 februari 2015 – Carnavalsgriep ).

Omdat Sander na zijn promotie (Participatory Surveillance and Mathematical Models in Epidemiologic Research: Successes and Challenges ) in Brazilië is gaan werken, verricht ik nu de analyses. Daarom heb ik de griep in carnavalstijd voor alle jaren van de Grote Griepmeting nog eens opnieuw bekeken:

Niet in alle jaren deed zich carnavalsgriep voor. Maar in sommige jaren was het verschijnsel zeer sterk. Dit, ondanks het feit of de carnavalsweek zeer vroeg in februari, dan wel begin maart plaatsvond, zoals in 2011 en 2014.

Voeg je alle jaren 2004 tot en met 2016 samen, dan blijft er een significant effect:

Wat zou de reden zijn voor de tijdelijke toename van ‘griep’ tijdens de carnavalsweek? Het kan een daadwerkelijke toename van besmetting met het influenzavirus zijn doordat het virus zich sneller verspreid door samenscholing. Het kan ook komen als gevolg van een lagere weerstand door slaapgebrek, alcohol en buiten zijn. Verder valt te denken aan een toename in zware verkoudheid, die tezamen met koorts en hoofdpijn (kater?) voldoen aan de definitie voor influenza-achtig ziektebeeld. Ook is het mogelijk dat de incidentie van het influenza virus niet is toegenomen, maar dat een groter deel van de mensen dat besmet is met influenza ook symptomen ontwikkelen, bijvoorbeeld door slaapgebrek, alcohol en in de kou buiten zijn. Influenza-achtig ziektebeeld is immers gedefinieerd als een snelle opkomst van koorts (gemeten temperatuur minstens 38 graden Celsius), tezamen met de aanwezigheid van hoofd- of spierpijn, én de aanwezigheid van keelpijn of hoesten.

Er zijn natuurlijk ook nog andere oorzaken mogelijk. Het kan tijdelijk kouder zijn, wat de symptomen van griep heviger maakt. Veel mensen die besmet zijn met het influenza-virus vertonen helemaal geen symptomen (asymptomatisch of subklinisch verloop van de ziekte). Een koude buitentemperatuur vergroot echter de kans op symptomen (zie The role of weather on the relation between influenza and influenza-like illness ). Een andere mogelijkheid is dat de ‘griep’ juist vanuit het noorden van Nederland komt, of vanuit Vlaanderen de grens over steekt. Dat laatste was dit jaar zeker niet het geval, want België kreeg later met een griepepidemie te maken dan Nederland.

Opvallend is verder dat in de week na carnaval de incidentie van influenza-achtig ziektebeeld in het zuiden nog steeds iets hoger blijft. Dit suggereert dat er tijdens de carnavalsweek zowel een toename is van de symptomen, waardoor de incidentie van ‘griep’ weliswaar weer daalt als het carnaval voorbij is, maar dat er ook een daadwerkelijke toename was van de verspreiding van het virus, waardoor de incidentie ook in de week erna nog iets verhoogd blijft.

Waarom zien de huisartsen geen carnavalsgriep? Via het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg NIVEL wordt naast een syndroomsurveillance van influenza-achtig ziektebeeld (die gelijk is aan die van de Grote Griepmeting) via peilstations van huisartsen, ook sporadisch op het virus getest in samenwerking met laboratoria van Erasmus MC en RIVM. Aangezien Nederlanders niet meteen naar een huisarts gaan (in Nederland wacht men daar gemiddeld 5 dagen mee, en tijdens carnaval zou dat zelfs ook nog verstoord kunnen zijn), en het aantal wekelijkse virustesten erg laag is (gestreefd wordt naar twee per week per peilstation), zal een tijdelijke toename gedurende de specifieke carnavalsweek in een deel van het land niet te bevestigen zijn via de laboratoriumuitslagen van het influenzavirus.

Kan het nog zijn dat feestvierders langer vrij wilden zijn na carnaval en zich onder het mom van griep ziek meldden? Dat is zeer onwaarschijnlijk omdat onze telling plaatsvindt onder een cohort van trouwe griepmeters, waarvan vele duizenden al 13 jaar lang meedoen en week na week van 1 november tot 1 mei hun gezonheidstoestand doorgeven. De Grote Griepmeting is geen ‘meldpunt’ waar iedereen zomaar zijn griep kan doorgeven om de boel te flessen. Bovendien gebeurt de meting anoniem, zodat niemand er ten opzichte van werkgevers bewijs aan kan ontlenen. De carnavalsgriep deed zich trouwens al in de allereerste beginjaren voor, nog voordat we er op grond van onze observaties aandacht aan begonnen te schenken.

Carl Koppeschaar

Griep houdt aan, maar vlakt wat af

21 februari 2016 – In week 6 nam het aantal influenza-achtige ziektebeelden nog verder toe. De cijfers komen uit op 974 ziektegevallen per 100.000 inwoners in Nederland, waar een epidemische drempel geldt van 350 op 100.000. Dat is hoger dan in week 5 (840 op 100.000).

Hoewel de kaart hieronder en de tabel de influenza-achtige ziektebeelden (ILI) per regio (en dus niet per provincie) aangeven, kan nog worden opgemerkt dat de griep in week 5 het hevigst was in de provincies Friesland (13.500 zieken op 0,65 miljoen inwoners), Limburg (14.000 zieken op 1,12 miljoen inwoners),  Noord-Brabant (29.500 zieken op 2,49 miljoen inwoners), Zuid-Holland (41.500 zieken op 3,6 miljoen inwoners) en Utrecht (15.500 zieken op 1,26 miljoen inwoners). In Flevoland, Overijssel, Gelderland en Groningen is het aantal griepgevallen ten opzichte van week 5 wat afgenomen.

Het aantal influenza-achtige ziektebeelden per regio, berekend op 21 februari.

De situatie op 21 februari. De influenza-achtige ziektebeelden (ILI) steken in Nederland ver uit boven de grenswaarde voor een epidemie (zwarte, kromme lijn). De griep lijkt nu wel wat af te vlakken.

De griep treft alle leeftijdsgroepen, maar met name (jonge) kinderen.

De griep in Nederland per leeftijdsgroep en huishouden.

Van het begin van onze meting op 1 november 2015 tot en met 14 februari 2016 hebben een miljoen Nederlanders last gehad van een influenza-achtig ziektebeeld.

In België heerst nu ook een griepepidemie. In Vlaanderen komt het cijfer in week 6 op 353 gevallen per 100.000 inwoners. In Vlaanderen geldt bij de Grote Griepmeting een epidemische drempel van 220 op 100.000. Het is duidelijk dat de griep in Nederland een stuk heviger is.

Het aantal griepachtige ziektebeelden in Vlaanderen, berekend op 21 februari.

In Vlaanderen vertoonden veel kinderen griepachtige symptomen.

Influenza-achtige ziektebeelden per leeftijdsgroep en huishouden in Vlaanderen.

Carl Koppeschaar

Zie ook Griep in heel Nederland

Griep? Uitzieken!

16 februari 2016 – Te weinig mensen blijven thuis bij griep. Sinds de economische crisis zijn mensen kopschuw geworden om zich ziek te melden. Zolang het om een zware verkoudheid gaat, is er niets aan de hand. Maar bij echte griep, of influenza, is dat een hachelijke zaak. Je hebt dan immers (hoge) koorts met zware verkoudheidsverschijnselen en spierpijn of hoofdpijn.

Met echte griep valt niet te spotten. Soms kunnen er complicaties bij optreden, zoals een keelontsteking, longontsteking, hersenvliesontsteking, ontsteking van de hartspier en bijkomende bacteriële infecties. De kans op complicaties is groter voor mensen met hart- en vaatziekten, longziekten en suikerziekte, nierpatiënten en mensen met weinig afweer door andere ziekten of door medische behandeling. Ook ouderen boven de 60 lopen wat meer risico als gevolg van het geleidelijk afnemen van het afweersysteem (immunosenescentie). Het is dus zaak om goed uit te zieken. Wie dat niet doet, loopt een grotere kans op complicaties.

Zo’n 84% van de influenzagevallen die zich nu voordoen, is het gevolg van een infectie met A(H1N1)pdm09, blijkt uit neus- en keelmonsters die zijn afgenomen door peilstations van huisartsen die zijn aangesloten bij het NIVEL. A(H1N1)pdm09 is het seizoensvirus dat geëvolueerd is uit het virus dat in 2009 de pandemie van Mexicaanse griep veroorzaakte. Met name jongeren werden toen getroffen door diepe longontstekingen. Wie geboren was vóór 1957 had al eerder – tussen 1918 en 1957 – een A(H1N1)-infectie doorgemaakt. Dat virus vertoont gelijkenis met het A(H1N1)pdm09 virus, waardoor mensen geboren in die periode relatief immuun zijn.

Met de huidige seizoensvariant zijn er deze winter veel jonge kinderen en volwassenen van middelbare leeftijd die met complicaties als longontsteking in het ziekenhuis worden opgenomen. Met name jonge kinderen zijn nog relatief onbeschermd tegen A(H1N1)pdm09, doordat dit virus een paar jaar weinig gecirculeerd heeft in onze streken.

Als gevolg van de economische crisis daalde het aantal mensen dat zich met griep ziek meldde (ILI = influenza-like illness, ofwel influenza-achtig ziektebeeld). Bedroeg dat percentage in de beginjaren van de Grote Griepmeting in Nederland zo’n 85%, in de winter van 2013/14 daalde het tot slechts 66%. Er was toen wel minder griep. Gedurende de winter van 2014/15 was er sprake van een langdurig griepseizoen met ook heftiger ziekteverschijnselen. Het aantal thuisblijvers met griep nam toen toe 75%. Deze winter is het helaas weer afgenomen tot 73%.

In Vlaanderen is de situatie zo mogelijk nog zorgelijker. 2013/14: 63%, 2014/15: 69%, en thans opnieuw slechts 63% dat thuisblijft bij griep.

Carl Koppeschaar

Griep in heel Nederland

Zaterdag 13 februari 2016 – Vorige week heeft de griep zich over heel Nederland uitgebreid. In week 5 lag het aantal aan de Grote Griepmeting gerapporteerde influenza-achtige ziektebeelden op 840 gevallen per 100.000 inwoners. De epidemische drempel bij de Grote Griepmeting ligt voor Nederland op 350 gevallen per 100.000.

Hoewel de kaart en de tabel de influenza-achtige ziektebeelden (ILI) per regio aangeven, kan nog worden opgemerkt dat de griep in week 5 het hevigst was in de provincies Overijssel, Limburg, Groningen, Zuid-Holland en Zeeland. In Gelderland, Flevoland en Utrecht is het aantal griepgevallen ten opzichte van de vorige weken wat afgenomen.

Het aantal influenza-achtige ziektebeelden per regio, berekend op 16 februari.

De situatie op 12 februari. De influenza-achtige ziektebeelden (ILI) steken in Nederland uit boven de grenswaarde voor een epidemie (zwarte, kromme lijn).

De griep treft alle leeftijdsgroepen, maar met name (jonge) kinderen.

De griep in Nederland per leeftijdsgroep en huishouden.

Van het begin van onze meting op 1 november 2015 tot en met 7 februari 2016 hebben 880.000 Nederlanders last gehad van een influenza-achtig ziektebeeld. Aanvankelijk betrof het zware verkoudheden, onder andere veroorzaakt door rhinovirus en RSV. In week 5 werd in neus- en keelmonsters die werden afgenomen door huisartsenpeilstations voor 51% het influenzavirus waargenomen.

In België heerst ook een griepepidemie. In Vlaanderen lagen de griepachtige symptomen in week 5 met 265 influenza-achtige ziektebeelden per 100.000 inwoners niet hoog boven de voor de Grote Griepmeting epidemische drempel (220 op 100.000).

Het aantal griepachtige ziektebeelden berekend in Vlaanderen, berekend op 16 februari.

In Vlaanderen zijn de griepachtige symptomen onder kinderen zeer hoog.

Influenza-achtige ziektebeelden per leeftijdsgroep en huishouden in Vlaanderen.

Carl Koppeschaar

Zie ook Toenemende griep

Zie ook Olievlek

Stichting Citizen Science heeft ten doel het bevorderen van burgerwetenschap. De stichting tracht dit doel onder meer te bereiken door het ontwikkelen en exploiteren van een digitale infrastructuur voor participatief onderzoek. Via deze digitale infrastructuur kunnen burgers meedoen aan online metingen en ook online metingen initiëren.

© 2020 griepencorona.nl Privacybeleid