Kwakkelgriep

Kwakkelgriep. Zo zou je griep dit seizoen nog het best kunnen omschrijven. Al enige weken lang zien we de griep in Nederland en Vlaanderen rond of net boven de drempelwaarde schommelen.

Het aantal griepgevallen in Nederland (groene lijn) schommelt rond de drempelwaarde (grijze lijn).

Niet spectaculair, want de ene keer komt de ene provincie boven de epidemische drempel, de andere week weer een andere. De afgelopen week waren er veel griepgevallen in Noord-Holland. Maar ook Friesland, Drenthe, Zeeland, Belgisch Limburg en Oost-Vlaanderen zaten maar net onder de grens van 500 gevallen per 100.000 (waarboven roodkleuring op onze percentagekaart).

Alleen in Noord-Holland kwam de griep deze week boven de epidemische grens uit en is er dus roodkleuring te zien.

In België is vorige week de griepepidemie uitgeroepen door het WIV/ISP. Vandaag zou het Nivel hetzelfde kunnen gaan doen. Maar spectaculair is het dus niet.

Ook in België kwakkelt het aantal griepgevallen (groene lijn) rond de drempelwaarde (grijze lijn). 

Met de voorjaarsvakantie in regio Noord en de aanstaande krokusvakantie in België staat de verspreiding door kinderen via scholen ook even stil (of komt nog stil te staan). Carnaval (2-4 maart) zou er nog wél in kunnen hakken. Traditioneel zien we veel griep- en verkoudheidsgevallen in de week van carnaval in het zuiden van Nederland, terwijl dat ten noorden van de grote rivieren niet is te zien. Omdat de epidemie dit jaar precies ten tijde van carnaval kwakkelt, zouden we dat dit jaar die ‘carnavalsgriep’ wel eens heel duidelijk te zien kunnen krijgen.

Motie aangenomen!

20 februari 2014 – Dinsdagmiddag 18 februari is de eerder aangehouden motie van Pia Dijkstra (D66) aangenomen! Zij roept de regering op om met ons in gesprek te gaan over de ontwikkeling van een breed digitaal platform voor diagnostiek, voorlichting en monitoring van ziektebeelden en leefstijl. Dat betekent dat de Grote Griepmeting, de Grote Longontstekingmeting en ziekteradar.nl perspectief kunnen gaan krijgen op een structurele verankering binnen de volksgezondheid in Nederland.

Griep en verkoudheid breiden zich uit

De minigriep, die zich de afgelopen weken al regionaal voordeed in Nederland, is zich aan het uitbreiden. Dat blijkt uit de recente meldingen van vrijwilligers aan de Grote Griepmeting. Het betreft nog geen hevige griep. Het aantal gevallen steekt net uit boven de drempelwaarde. Maar er is een belangrijke stijging te zien van griep bij jongeren, gezinnen met kinderen, en ouderen. Ook steeg het aantal verkoudheden de afgelopen weken zeer snel.

Het aantal griepgevallen breidt zich langzaam uit. Hoe sterker de roodkleuring, hoe hoger de griepintensiteit.

Het aantal griepgevallen (de groene lijn) komt in Nederland net iets boven de drempelwaarde (de grijze lijn) uit.

Eenzelfde situatie doet zich voor in Vlaanderen, waar de griep in het westen zichtbaar wordt. Volgens het Belgische WIV/ISP is de griep ook in de rest van België aan het stijgen. Ze is nu “lichtjes boven de epidemische drempel”. Als die trend deze week bevestigd wordt, zijn de epidemische criteria vervuld, aldus het WIV/ISP.

In Vlaanderen komt het aantal griepgevallen (groene lijn) nog niet boven de drempelwaarde (grijze lijn) uit.

Of de griep zich verder verhevig, is de vraag. Het is in Nederland de tijd van de voorjaarsvakantie en in België komt de krokusvakantie er aan. Kinderen zijn de meest effectieve verspreiders van griep.

Op 1 maart begint ook de weerkundige lente en de temperaturen blijven voorlopig nog zacht. Volgens epidemiologen zijn de symptomen die zich voordoen bij griep  heviger bij koude. Toch hebben zich in het verleden ook wel grieppieken voorgedaan in de maand maart.

Regionale ‘minigriep’ van noord naar zuid door Nederland

10 februari 2014 – De griep zet nog niet echt door. Zagen we vorige week aan de hand van de voorlopige cijfers een snelle stijging van griepachtige ziektebeelden in een deel van Nederland, dan zet deze trend niet echt door. Zoals het er nu uitziet, was er sprake van een ‘minigriep’ die eerst de drempelwaarde overschreed in Noord-Holland, vervolgens in het midden van Nederland (Utrecht, Gelderland, Flevoland) en afgelopen week in de zuidelijke provincies (Zeeland, Noord-Brabant, Limburg).

Minigriep trekt van noord naar zuid  door Nederland (lichte roodkleuring). 

Nu de meer definitieve gegevens binnen zijn, gaat het om een nipte overschrijding van de drempelwaarde:

De griep in Nederland. De groene lijn geeft griepactiviteit aan, de grijze lijn is de drempelwaarde. Pas als de groene lijn twee weken achtereen boven de grijze lijn ligt, spreken we van een epidemie. 

Met de Nederlandse voorjaarsvakantie op komst (15 februari t/m 23 februari regio’s Midden  en Zuid; 22 februari t/m 2 maart regio Noord) en met nog steeds redelijk hoge buitentemperaturen lijkt het er haast op dat de griep deze winter gaat overslaan.

In Vlaanderen is ook nog weinig griep. Weliswaar ziet de Grote Griepmeting daar een lichte stijging, maar dat betreft de afgelopen dagen, waarbij de onzekerheidsmarge nog groot is.

De griep in Vlaanderen. Het is nog niet zeker over de stijging doorzet. 

In België is de krokusvakantie van 3 t/m 9 maart. Omdat de griep het meest door kinderen wordt verspreid, is de verwachting dat de infectieziekte ook daar dan tijdelijk terugloopt of stabiel blijft.

Ook in de rest van Europa is er – met uitzondering van Griekenland – op dit moment weinig griep. In Bulgarije, Turkije en Spanje neemt de griep weer af; de rest van de landen is stabiel of vertoont een licht stijgende trend.

De griep in Eurazië. Kaarten EuroFlu/WHO.

Krijgen we deze winter dan helemaal geen griepepidemie? Dat is nog niet te zeggen. In de afgelopen tien winters waren er zes waarbij een griepepidemie piekte in februari of maart. Zelfs in april was de griep doorgaans nog niet tot onder de drempelwaarde afgenomen:

Het verloop van de griepepidemieën in Nederland (boven) en Vlaanderen (onder) sinds 2003.

Wat niet is, kan dus nog steeds komen. Maar het zou wel mooi zijn als het eens een keer zou uitdraaien op een griepvrije winter.

Carl Koppeschaar

Griep neemt nu toch toe

Nederland begint dan toch te griepen. Uit de voorlopige cijfers van de Grote Griepmeting is afgelopen week in het midden en noorden van Nederland de drempelwaarde overschreden. In het zuiden van Nederland is nog weinig griep, evenals in Vlaanderen.

Verhoogde aantallen griepachtige ziektebeelden in Nederland  gedurende de afgelopen week (voorlopige cijfers).

“We kunnen nog niet spreken van een epidemie. Daarvoor moet in heel Nederland de drempelwaarde twee weken lang duidelijk overschreden zijn,” zegt Carl Koppeschaar van de Grote Griepmeting. “Vooral omdat een paar weken geleden op grond van cijfers van het Nivel in de media een vals alarm voor ‘bijna-griep’ uitging, zijn we extra voorzichtig. Ook zouden de meer winterse temperaturen van de afgelopen week de toename van griep-symptomen gedeeltelijk kunnen verklaren. Maar we zien regionaal nu zo’n snelle stijging van het aantal griepachtige ziektebeelden, dat we daarin voortekenen zien van een beginnende griepepidemie.”

Het aantal griepachtige ziektebeelden in Nederland (ILI = Influenza-ike Illness) is de afgelopen week boven de drempelwaarde uitgekomen. Omdat het zeer recente gevallen betreft is het nog niet zeker of deze trend zich ook voortzet.

Ook het aantal verkoudheden (cold)  in Nederland nam de afgelopen week zienderogen toe.

Het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Nivel zag vorige week nog weinig griepgevallen in Nederland. Maar de Grote Griepmeting werkt al elf jaar lang met tienduizenden vrijwilligers die zelf hun gezondheidstoestand doorgeven. De internetmeting is doorgaans een tot twee weken sneller met het signaleren van griep.

De Grote Griepmeting in de Tweede Kamer

Maandag 27 januari 2014 stond de Grote Griepmeting op de agenda van het overleg tussen de vaste kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met minister Edith Schippers en staatssecretaris Martin van Rijn van VWS. Het ging in ons geval om nr. 97 van de lijst van vragen en antwoorden over het Nationale Programma Preventie 2014-2016. Kamerstuk 32 793, nr. 114.

Op 11 oktober 2013 had de commissie aan de minister de vraag gesteld:

“Bent u bekend met de particuliere initiatieven www.degrotegriepmeting.nl en www.degrotelongontstekingmeting.nl, waarbij online met hulp van tienduizenden vrijwilligers epidemiologische gezondheidsdata worden vergaard? Kunt u aangeven in welke mate dit initiatief samenwerkt met de publieke gezondheidszorg en in hoeverre die als positief wordt ervaren? Kunt u aangeven of deze publiek-private samenwerking over voldoende financiële middelen beschikt om structureel te worden voortgezet?”

Minister Schippers

De minister had schriftelijk geantwoord:

“Ja, de grotegriepmeting.nl is een privaat initiatief. Het vraagt vrijwilligers die zich zelf hebben aangemeld om regelmatig aan te geven of ze griepachtige klachten hebben. Van deze vrijwilligers wordt ook achtergrondinformatie verzameld. Daarmee is de grotegriepmeting.nl in staat snel inzicht te geven in de mate waarin deze groep mensen griepachtige klachten ervaren en in hoeverre dat samenhangt met andere door hen zelf opgegeven risicofactoren, zoals onderliggend lijden of sociale activiteiten en of iemand gevaccineerd is of niet. Ook geeft de grotegriepmeting.nl inzicht in de mate waarin mensen met griepachtige klachten de huisarts bezoeken.

Het RIVM maakt regelmatig gebruik van data uit de grotegriepmeting.nl als aanvulling op de reguliere surveillance, zoals de door Nivel gecoördineerde peilstation huisartsensurveillance. Een bezwaar van de syndroomsurveillance zoals die van de grotegriepmeting.nl is dat validatie van signalen ontbreekt. Er is geen bevestiging van een arts of een laboratorium van deze meldingen door de deelnemers. Ook is onbekend waarom men zich aanmeldt en of de deelnemers als representatief voor de Nederlandse bevolking zijn te beschouwen.

Overigens biedt de grotegriepmeting.nl wel een functioneel en internationaal erkend internetplatform met de mogelijkheid tot snel aanvullend onderzoek, ook breder dan griep. Hierbij kunnen de genoemde beperkingen worden meegenomen in de analyses.

Ik kan niet beoordelen of dit private initiatief over voldoende middelen beschikt om te worden voortgezet.”

Links: Henk van Gerven (SP), midden: Pia Dijkstra (D66), rechts: Agnes Wolbert (PvdA)

Wat het laatste betreft: de Grote Griepmeting vindt plaats door vele duizenden enthousiaste vrijwilligers. Maar voor het onderhoud en de ontwikkeling van de website, de wekelijkse nieuwsbrieven en het onderzoek worden aanzienlijke kosten gemaakt. In de beginjaren werd dat nét gedekt door sponsors en advertentiegelden, tijdens de pandemie van Mexicaanse griep door een bijdrage van het RIVM en tijdens het internationale onderzoekprogramma EPIWORK door een bijdrage van de Europese Unie. Tijdens dat laatste programma is de website Influenzanet.eu ontstaan. De griepmeting vindt nu plaats in 10 Europese landen. Dat is een prestatie op zich, want al deze landen hanteren nu exact dezelfde vragenlijsten en criteria voor griep. Het Europese influenzanetwerk EuroFlu van de wereldgezondheidorganisatie WHO registreert aan de hand van huisartsenmetingen óók in Europese landen, maar daar is nog steeds sprake van een ratjetoe aan definities. Het ene land rapporteert bijvoorbeeld IAZ (influenza-achtige ziektebeelden), het andere alleen ARI (acute respiratoire infecties), enzovoort. Hoewel het enig beeld geeft van de griep, blijft het appels en peren vergelijken.

Wat het bezwaar van de minister betreft over het gebrek aan validatie van signalen: dit is volkomen onterecht. Het overigens zeer gewaardeerde Nederlands instituut voor de gezondheidszorg Nivel werkt met peilstations van huisartsen. Tot voor kort 45 peilstations met 60 artsen verspreid door het land; binnenkort wordt dit uitgebreid naar 396 huisartsenpraktijken. De huisartsen diagnosticeren griepachtig ziektebeeld (IAZ) aan de hand van exact dezelfde criteria als de Grote Griepmeting. Sterker nog: de Grote Griepmeting heeft in 2003 samenwerking met het Nivel en RIVM gezocht om juist diezelfde criteria te gebruiken. Heel soms, per huisartsenpost ongeveer één keer in de week (maar lang niet ieder huisartsenpost doet dat ook trouw) wordt van een willekeurige patiënt met griepachtig ziektebeeld een neus- en keelmonster met wat slijm afgenomen (‘swab’). Dat wordt naar het laboratorium gestuurd om te bepalen of het influenzavirus, het sterk op griep lijkende RS-virus (respiratoir syncytieel virus) en/of andere verkoudheidsvirussen aanwezig zijn. Dat wordt gebruikt voor de virologie (welke griepvirussen en –stammen zijn in omloop), zodat de WHO ook kan bepalen wat de inhoud moet zijn van de griepprikken voor het zuidelijk halfrond (in onze zomermaanden) en voor het volgende griepseizoen op het noordelijk halfrond. Ook is het een extra indicatie dat er influenza rondwaart als er veel gevallen van griepachtige ziektebeelden worden geregistreerd. In géén geval wordt dit gebruikt om het ziektebeeld aan de patiënt terug te koppelen. Die is immers al beter als de uitslagen van deze laboratoriumtest verwerkt en beschikbaar zijn. Ook heeft het weinig zin om die ene patiënt van de vele andere met griepachtige ziektebeelden te volgen. Griep verloopt doorgaans onschuldig. Alleen als er sprake is van complicaties zoals longontsteking is er haast geboden.

Een voorbeeld uit de meest recente (openbare) rapportage van onze collega’s van het Nivel voor week 4 van dit jaar:

“In week 4 werd in 13 neus- en keelmonsters afgenomen van mensen met IAZ geen griepvirus gevonden en in 2 monsters (15%) respiratoir syncytieel virus (RSV). Bij mensen met bovenste luchtweginfecties zonder typische klachten van griep (ARI) werd in 20 neus- en keelmonsters geen influenzavirus en 6 maal (30%) RSV gevonden.“

Slechts 13 neus- en keelmonsters voor griepachtige ziektebeelden dus en dat door 45 huisartsenposten. Met uitzondering van de zo noodzakelijke virologie (zie boven) is het statistisch en als validatie dus van weinig betekenis.

Arno Rutte (VVD) steunde het pleidooi van Pia Dijkstra

Waarom neemt de Grote Griepmeting geen neus- en keelmonsters af? Zo’n swabkit met laboratoriumtest kost 150 euro. Voor 500 swabkits gedurende een griepseizoen zouden wij 75.000 euro kwijt zijn. Dat geld hebben wij niet. Bovendien betaalt de belastingbetaler via de zorgkosten al voor de neus- en keelmonsters van het Nivel. Waarom zouden wij dat dubbel doen? Samenwerking is hier het parool. Bovendien: onze Influenzanetpartner in Zweden valideerde reeds griepachtige ziektebeelden door 2200 deelnemers aan het begin van het seizoen een swabkit te sturen (en weer een nieuwe zodra een zieke deelnemer er een retourneerde). Ook in België hebben artsen tijdens het EPIWORK-onderzoekprogramma neus- en keelmonsters van griepmeters afgenomen.

Terug naar de behandeling in de Tweede Kamercommissie van afgelopen maandag. Commissielid Pia Dijkstra (D66) was niet tevreden met het schriftelijk antwoord van de minister en vroeg haar om alsnog te komen tot een publiek-private samenwerking tussen RIVM en de Grote Griepmeting. Het ging daarbij niet alleen om de griepmeting, maar ook om het veel breder in kaart brengen van (infectie)ziekten, de preventie van ziekte, de verbetering van lifestyle (obesitas, werkstress), de voedselveiligheid, en het signaleren van arbo-ziekten en zoönosen (door dieren verspreide ziekten zoals Q-koorts, Ziekte van Weil, Lyme, enzovoort). Een dergelijk systeem van ‘syndroomsurveillance’ is ook mede door het RIVM en ons bepleit in ‘Staat van infectieziekten 2011’(hoofdstuk 2: Mogelijkheden van syndroomsurveillance’): http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/210211008.pdf

De teams van de Grote Griepmeting en de Grote Longontstekingmeting willen dolgraag uitbreiden tot zo’n veelomvattende ‘Ziekteradar’ (www.ziekteradar.nl). De afgelopen twee jaar hebben Sander van Noort en Carl Koppeschaar als ‘invited speakers’ gesproken op maar liefst tien internationale congressen van artsen en epidemiologen.Variërend van de gerenommeerde Harvard Medical School (http://www.youtube.com/watch?v=QpuTnQv2wvc) tot de Universiteit van Phnom Penh en conferenties in Bangkok, Wenen, Rio de Janeiro en San Francisco (http://www.youtube.com/watch?v=4XdoWyMazE0&feature=youtu.be). Een uitgebreide powerpoint presentatie van de plenaire voordracht tijdens de conferentie ‘Big Data and Public Health’ kunt u hier bekijken: www.astronet.nl/rio2/Koppeschaar.pps

Iedereen in onze tak van wetenschap is enthousiast over dit concept van een ‘Ziekteradar’. Tijdens de conferentie in Phnom Penh hebben we de app ‘DoctorMe’ van Thaise onderzoekers al voor een klein deel kunnen uitbreiden met een interactieve ziektesurveillance.

Wij willen met ons vernieuwende concept dolgraag iets betekenen voor de volksgezondheid. Maar daar moeten aanloopkosten voor worden gemaakt, gevolgd door reguliere onderhoudskosten (onder andere risicoanalyse van de gegevens door artsen en epidemiologen). Een publiek-private samenwerking zou daarvoor het beste zijn.

Het pleidooi van Pia Dijkstra werd ook krachtig gesteund door commissielid Arno Rutte (VVD). Helaas gaf de minister er geen gehoor aan en herhaalde haar schriftelijke antwoord. Daarop diende Pia Dijkstra een motie in. Die werd gesteund door alle (!) politieke partijen in de commissie:

“De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in het kader van preventie nog kansen liggen voor publiek-private samenwerking op het gebied van onder meer infectieziekten, eet- en beweeggedrag, medicijngebruik en ziekteverzuim;

verzoekt de regering, het RIVM te vragen om het initiatief te nemen tot een breed platform waarin publieke en private organisaties werken aan een digitaal instrument voor zelfdiagnose, voorlichting en monitoring van ziektebeelden en leefstijl,

en gaat over tot de orde van de dag.
Pia Dijkstra”

Het voltallige beraad bijeen

De minister bleef echter volharden in haar eerder ingenomen standpunt. Zij ontraadde zelfs de motie. Daarom wordt de motie op dinsdag 4 februari in de Tweede Kamer in stemming gebracht. Het zal bepalend worden voor het voortbestaan van de Grote Griepmeting, en daarmee ook het internationale netwerk dat is opgezet tussen het Europese Influenzanet, onze Australische collega’s van www.flutracking.net , het Amerikaanse https://flunearyou.org/, de griepmetingen in Mexico en Brazilië en DoctorMe in Thailand, Cambodja en Vietnam.

Maar wat veel belangrijker is: we kunnen geen Ziekteradar ontwikkelen. En dat was juist bedoeld om vroege signalen van uitbraken van (infectie)ziekten te signaleren en via burgerparticipatie veel meer inzicht te krijgen in hoe we de volksgezondheid zo goed mogelijk kunnen verbeteren. Een Britse arts en hoogleraar reageerde tijdens de conferentie ‘Big Data and Public Health’ in Rio de Janeiro: “Jullie hebben het over ontwikkelkosten van hooguit een half miljoen euro en onderhoudskosten van misschien nog geen twee ton per jaar? Er wordt jaarlijks bijna 90 miljard euro aan zorgkosten in Nederland besteed! Beseft jullie ministerie niet wat voor een enorme kansen ze mislopen als zoiets niet wordt ontwikkeld? Dit is nota bene hét systeem voor de toekomst!”

Carl Koppeschaar

Nog steeds geen griep

29 januari 2014 – Er is nog steeds geen griepepidemie in Nederland en België. Dat blijkt uit de meest recente cijfers van de 16.000 vrijwilligers in Nederland en België die meedoen aan onze Grote Griepmeting.

Er is nog steeds geen griep in Nederland. Afgelopen week kwam alleen de provincie Noord-Holland iets boven de drempelwaarde uit (lichte roodkleuring). Het is nog maar de vraag of dat doorzet, want in de ons omliggende landen is ook nog geen griep.

In de maand januari hanteren we voor Nederland een drempelwaarde van 330 ziektebeelden per 100.000 personen. Doorgaans zijn dat gevallen van RS-virus (RSV: respiratoir syncytieel virus) bij jonge kinderen en gevallen van (zware) verkoudheid. Stijgt het aantal griepachtige ziektebeelden in de Nederlandse meting tot boven de 450 per 100.000 deelnemers, dan wordt de epidemische grens overschreden. Twee achtereenvolgende weken boven dit aantal en de Grote Griepmeting spreekt van een griepepidemie. Daar zijn nu nog geen tekenen van. Wel nemen huisartsen op dit moment een piek waar in gevallen van RSV.

RSV

Het RS-virus wordt in tegenstelling tot het influenzavirus niet via kleine, door de lucht zwevende druppeltjes (aërosols) overgebracht, maar door grotere druppels via de handen en via voorwerpen. RSV in neusslijm overleeft op vaste oppervlakken bij kamertemperatuur circa zes uur. Het virus is daardoor zeer makkelijk overdraagbaar en verspreidt zich snel, vooral in een besloten gemeenschap als een crêche of school. RSV lijkt sterk op griep door de zware verkoudheid met piepende ademhaling, hoestbuien en soms koorts. Bij de eerste RSV-infectie van zeer jonge kinderen kan de infectie verergeren tot een lage luchtweginfectie (bronchiolitis of zelfs longontsteking). Een eerste infectie beschermt niet tegen een volgende infectie. Herinfectie hebben op de kinderleeftijd in het algemeen een milder beloop dan de de eerste infectie en leiden dan tot een bovenste luchtweginfectie. Het gevaar op een longontsteking blijft echter aanwezig. Op volwassen leeftijd blijven de symptomen van RSV meestal beperkt tot een bovenste luchtweginfectie. Op oudere leeftijd neemt de kans op longontsteking weer toe. In verpleeghuizen kunnen uitbraken van RSV plaatsvinden. Er bestaat geen geneesmiddel tegen RSV. Het lichaam moet zelf antistoffen aanmaken om de infectie te overwinnen. Dit kan tot circa 10 dagen duren.

Bijna-epidimie?

Twee weken geleden kon uit cijfers van het Nivel nog worden opgemaakt dat er sprake was van een bijna-epidemie. In Nederland gaat slechts 25% van de patiënten met een griepachtig ziektebeeld naar de huisarts. Dat zijn meestal ouders met zeer jonge kinderen. Zij maken zich zorgen over de hoge koorts en luchtwegaandoeningen bij hun kind. Verder zien de huisartsen veel riscogroepen, waaronder 65-plussers. Het zou dus kunnen zijn dat een verwarrend beeld ontstaat met het sterk op griep lijkende RSV. Toekomstige vergelijkingen tussen de cijfers van de Grote Griepmeting en die van de huisartsen moeten hier uitsluitsel over geven.

Griep in Nederland (boven) en België (onder). De groene lijn geeft griepactiviteit aan, de grijze lijn is de drempelwaarde. Pas als de groene lijn twee weken achtereen boven de grijze lijn ligt, spreken we van een epidemie. 

Nog geen griepepidemie in Nederland

16 januari 2014 – Er is nog geen griepepidemie in Nederland! Ook in de ons omringende landen is nog geen sprake van epidemische griep. Op grond van de gegevens van 16.000 vrijwillige Nederlandse en Belgische griepmeters ligt het aantal griepachtige ziektebeelden nog onder de drempelwaarde voor januari en is een griepgolf pas later te verwachten.

De wintergriep wordt door diverse instanties nauwgezet in de gaten gehouden. Via peilstations van huisartsen (in Nederland gecoördineerd door het Nivel en in België door het WIV/ISP) en via tienduizenden vrijwilligers in West-Europese landen die zijn verenigd in www.influenzanet.eu. Gebaseerd op de sinds 2003 actieve Nederlandstalige website van de Grote Griepmeting, schommelt het aantal grieperigen in de maand januari normaal gesproken rond een drempelwaarde van 350 per 100.000 deelnemers, voornamelijk veroorzaakt door verkoudheid. “Pas wanneer gedurende twee opvolgende weken meer dan 500 per 100,000 deelnemers griepachtig ziektebeeld hebben, kunnen we stellen dat we in een echte griepepidemie zitten,” stelt initatiatiefnemer Carl Koppeschaar. “Daarvan is vooralsnog geen sprake .”

Het aantal griepgevallen ligt overal in Nederland nog onder de 500 gevallen per 100.000 deelnemers.

In Europa heeft de griep al wel de kop opgestoken in Portugal. Ook ‘rommelt’ het in Spanje en delen van Groot-Brittannië. En verderop in Turkije. Omdat griep vaak van west naar oost en van zuid naar noord door Europa golft, zal ook Nederland er dit jaar wel niet aan ontkomen.

Dat huisartsen de griep anders rapporteren, is niet zo verwonderlijk. “In Nederland gaat slechts 25% van de patiënten met een griepachtig ziektebeeld naar de huisarts,” vervolgt Koppeschaar. “En dat zijn dan meestal ouders met zeer jonge kinderen. Zij maken zich zorgen over de hoge koorts en luchtwegaandoeningen bij hun kind. Verder zien de huisartsen veel risicogroepen, waaronder 65-plussers. De Grote Griepmeting krijgt minder rapportages van zeer jonge kinderen. Maar wij zien wel de rest van de bevolking, waaronder ook de risicogroepen en 65-plussers. Bij hen is er op dit moment nog echt geen sprake van epidemische griep.”

Het bericht in vele kranten van vanochtend, door journalisten geïnterpreteerd aan de hand van de openbare rapportage door peilstationhuisartsen van het Nivel, was dus wel erg voorbarig.

Zowel in Nederland als in België ligt het aantal griepgevallen nog onder de drempelwaarde (grijze kromme).

Griep voorbij

De griep is eindelijk Nederland uit. Dat blijkt uit de meest recente gegevens van de Grote Griepmeting. De afgelopen twee weken is het aantal griepgevallen aanzienlijk gedaald. Na een 18 weken durende griepperiode is er geen sprake meer van een epidemie. In België was de epidemie al eerder ten einde.

Door vrijwilligers van de Grote Griepmeting gerapporteerde griepachtige ziektebeelden (ILI). Bij de Grote Griepmeting ligt de epidemische grens op 382 ziektegevallen per 100.000 deelnemers.

“Het betekent niet dat zich helemaal geen griepachtige ziektebeelden meer kunnen voordoen,” zegt Carl Koppeschaar, initiatiefnemer van de Grote Griepmeting. “Ook in de zomer is er influenza, maar in de warmere periode van het jaar heeft het virus minder vat en verloopt een eventuele besmetting vaak met minder ernstige symptomen. Ook kan het virus veel minder gemakkelijk worden verspreid.”

Griep zo goed als voorbij

21 maart 2013 – Met het begin van de lente lijkt er ook een einde te komen aan de griep. Het aantal nieuwe griepachtige ziektebeelden per week is nu duidelijk onder de 500 op 100.000 gedaald en bevindt zich dicht bij onze epidemische grens van 382 op 100.000:

Afbeelding - ILI 21 maart 2013

Zelfs als wordt gecorrigeerd voor leeftijd (de Grote Griepmeting krijgt relatief weinig meetgegevens van jonge kinderen – geef alstublieft ook de gezondheid van uw kinderen door!) is de dalende trend duidelijk zichtbaar:

Afbeelding - ILI 21 maart 2013 gecorrigeerd

Het betekent natuurlijk niet dat niemand nu meer griep krijgt. De laatste weken was bijvoorbeeld het aantal gevallen van B-griep in opmars. Maar de epidemie lijkt na 14 weken zijn langste tijd te hebben gehad.

Stichting Citizen Science heeft ten doel het bevorderen van burgerwetenschap. De stichting tracht dit doel onder meer te bereiken door het ontwikkelen en exploiteren van een digitale infrastructuur voor participatief onderzoek. Via deze digitale infrastructuur kunnen burgers meedoen aan online metingen en ook online metingen initiëren.

© 2020 griepencorona.nl Privacybeleid